De ontwikkeling van relaties en groepen in zeven fasen 

Relaties en groepen maken dezelfde soort stadia door als mensen in hun persoonlijke ontwikkeling.

Fase 1 De ongedeelde eenheid

In ons werken twee fundamenteel verschillende behoeften. De ene is gericht op jezelf zijn en jezelf worden. De andere behoefte is (weer) op te gaan in een groter geheel. De worsteling met beide behoeften speelt een cruciale rol in onze ontwikkeling. Met name in relaties.

Het verlangen naar geborgen-zijn in iets compleets blijft ons ons hele leven achtervolgen.

Fase 2 De oude groep

Het meest duidelijk blijken de kenmerken van fase 2 tijdens verliefdheid. Vooral als dat gevoel wederzijds is, ga je totaal in elkaar op. Als je verliefd bent, heb je de neiging voor de ander te leven. Oneffenheden zie je door de vingers, irritaties laat je niet bewust worden en ruzies en conflicten komen weinig voor. Hetzelfde geldt voor de eerste – enthousiaste – fase in een nieuwe samenwerking.

Fase 3 De ik persoon

1. In deze fase laat je jezelf bewust worden dat de ander onvolkomenheden of zwaktes heeft die vervelend zijn en waar je last van hebt. Je krijgt ruzie, of je houdt je in en haalt op een andere wijze je gram door ondergronds tegen te werken.

2. Geldingsdrang: Je laat je gelden door de ander, vaak met de beste bedoelingen, iets op te leggen. Je geeft de ander ongevraagd jouw oplossing voor een probleem of probeert deze te overtuigen van jouw gelijk. Ik-fase (ego fase): wie heeft het voor het zeggen? Wiens ideeën of normen krijgen de overhand? Wie leidt en wie volgt? De strijd in deze fase heeft dan alles te maken met het vaststellen van de rangorde in de relatie/groep.

Vaak is deze fase ook een tijd van strijd, teleurstelling, verwijdering, afstand, waarin je niet meer weet hoe verder te gaan. Het gevolg is dat men elkaar voornamelijk aanspreekt op regels en gewoontes en niet op wederzijdse groeimogelijkheden. Dat werkt op den duur negatief en vroeg of laat komt het tot een ontlading of loopt de relatie stuk.

Fase 4 De transformatie

Hoe kom je als partners nu van fase 3 naar fase 4? Door te erkennen dat je het niet meer weet, dat je je onmachtig voelt (zonder de schuld bij de ander te leggen). Partners of teamgenoten die elkaar de ruimte en veiligheid geven hun frustraties, angsten of pijn uit te spreken bewerkstelligen een heel nieuwe, bijzondere sfeer. Daarbij is het belangrijk dat je erkent dat de ander niet alleen verschillend van jou is, maar in wezen ook een vreemde die je desalniettemin kunt leren kennen en begrijpen.

Dat laatste gebeurt alleen als je uit de betrokkenheid op jezelf treedt en op een vrijlatende manier de belevingswereld van de ander binnenstapt en deze van binnenuit tracht te begrijpen.
Met deze nieuwe wijze van omgang met elkaar ontstaat er een vrijere en diepere relatie. Fase 4 heeft alles te maken met bewustzijn (d.m.v. reflectie) en sturing vanuit je ik, zowel ten aanzien van jezelf als ten aanzien van je relaties met anderen. Je voelt hoe het voor de ander voelt en hoe dat voor jezelf is.

Fase 5 Het geestelijk Zelf

Vanaf fase 2 tot en met fase 4, was de ontwikkeling hoofdzakelijk een persoonlijke aangelegenheid. Ook in fase 5 ben je nog volop bezig met je eigen persoonlijke en geestelijke ontwikkeling. Om nieuwe d.w.z. vrije relaties met andere mensen op te bouwen, moet je eerst, ook in geestelijk opzicht zelfstandig worden. Persoonlijk leiderschap (leider zijn van jezelf en je eigen lot) betekent een ontwikkelingsweg waarbij je je in toenemende mate verantwoordelijk weet voor je eigen keuzen, gedrag, resultaten en welbevinden. In fase 2 en 3 heeft het ego-karakter nog een afhankelijke, reactieve wijze van omgaan met anderen doordat je je laat bepalen door wat anderen vinden en door de omstandigheden. Bij pro-actief gedrag vormt niet langer de omgeving, maar vormen je eigen principes en waarden het motief van waaruit je handelt. In fase 4 en de daarop volgende fasen gaat het erom je reactieve gedrag steeds meer om te vormen in pro-actief gedrag.

Fase 6 De nieuwe gemeenschappelijkheid

Relaties /teamleden in fase 6 willen open en goed met elkaar communiceren; ze willen de andere teamleden en hun achtergrond begrijpen en ze willen op een persoonlijke wijze met elkaar omgaan. Kortom ze willen met elkaar groeien en verbonden zijn. Zo ontstaat gemeenschapzin. Hoe meer je je op deze wijze, in relatie met de anderen, als individu ontwikkelt, des te sterker je innerlijk wordt. Net als in een orkest, is het werk in een team of een relatie een geweldige sociale opgave waar je continu op je eigen onvermogens stuit en op de onvolkomenheden van de anderen. Voortdurend ben je aan het oefenen om steeds meer mens te worden in de ware zin van het woord.

Belangrijk in dit proces is dat de betrokkenen zich veilig voelen. Is er het vermogen om naar elkaar te luisteren en elkaar te begrijpen, dan kun je in deze fase het egopantser afleggen. Er is dan niemand die je bekritiseert of wil veranderen, bekeren, vastzetten of overtuigen. Je ziet het anderszijn van elkaar niet als bedreiging maar als een aanvulling. Je tracht je innerlijk steeds weer open en vrij te maken om nieuwe gezichtspunten op te nemen. Dit betekent niet dat er dan geen onenigheden zijn. Maar je verliest je er niet meer in, omdat je ze begrijpt en ze een plaats kunt geven. Je leert conflicten met elkaar op een zodanige wijze hanteren dat ieder teamlid zich begrepen en gerespecteerd voelt.

Veel mensen ervaren bij dit leren terughouden van de eigen egostrevingen een soort pijn. Die pijn ontstaat omdat je iets van het uitleven van je ego moet opgeven wil er ruimte komen voor het werkelijke contact met de ander.

Fase 7 De gedifferentieerde eenheid

Niemand kan een symfonie alleen spelen. Ook komt zij niet tot stand als iedereen alleen zijn of haar eigen stuk vertolkt. Pas in het afstemmen op en het samenwerken met elk van de anderen in het orkest komt de rijkdom van de symfonie tot volle glorie. De glorieuze uitvoering van de symfonie voltrekt zich als individuen hun eigen instrument goed bespelen en dat in hun samenwerking met de andere spelers zó doen, dat ieders specifieke inbreng bijdraagt aan de totstandkoming van een nieuw geheel.

Bron: Spirituele ontwikkeling van mens en organisatie in zeven fasen door Margarete van den Brink, Ankh-Hermes, 2002.

 

naar boven