De individuele levensweg
in zeven fasen van ontwikkeling 

Fase 1 De ongedeelde eenheid

Onbewust van jezelf ervaar je je als zuigeling één met de moeder en met de rest van de omgeving. Het is een situatie van totale afhankelijkheid. Rond het derde jaar gaat het kind 'ik' zeggen (koppigheidsfase). En het blijkt ook nee te kunnen zeggen. Daardoor voelt het kind voor het eerst afstand tussen zichzelf en omgeving. Belangrijke stap naar zelfstandigheid.

Fase 2 De oude groep

Het opgroeiende kind maakt deel uit van een groep. Eerst het gezin, later ook de school, enz. Belangrijk om bij een groep te horen voor de verbondenheid, acceptatie, veiligheid. Anderzijds kun je in de groep ook gevangen voelen en je in je mogelijkheden beperken ('je zegt wel 'ik', maar je bedoelt eigenlijk wij'). Het is duidelijk dat je voor je zelfgevoel en je gevoel van welzijn geheel afhankelijk bent van de volwassen mensen en de kinderen om je heen en van de relatie die je met hen hebt.

Fase 3 De ik-persoon

Rond 12 jaar begint de puberteit. Daar vindt een volgende stap naar persoonlijke zelfstandigheid. Je begint je eigen mening te vormen met de nodige botsingen. Door je geleidelijk los te maken van je omgeving en tegenover de wereld en andere mensen te gaan staan en daarin stand te houden, ontwikkel je als opgroeiend mens je eigen persoonlijkheid, je eigen ik-beleving en daarmee je eigen identiteit. Daarom moeten de confrontaties met de wereld je bewust maken wat wel en niet kan en wie je bent en wat je kunt. Je ego wordt in deze fase ontwikkeld. Je wilt ook graag dat anderen je prestaties erkennen en waarderen. In deze fase ben je behoorlijk afhankelijk van je omgeving en wat andere mensen van je vinden.

Fase 4 De transformatie

Vragen als: Wat wil ik met mijn leven? komen los. De innerlijke worsteling manifesteert zich op verschillende manieren. In de eerste plaats als onzekerheid en angst. Vragen als 'het moet anders, maar hoe?' Veel mensen belanden in deze periode in een crisis. Ze lopen vast. Een innerlijke strijd tussen je gewone ik (je ego) en nog een ander aspect dat diep in je leeft (je geestelijke zelf ). Hoe dieper en intensiever je met de wezenlijke vragen aan de slag gaat, hoe meer dat geestelijk zelf als geestelijke bewustzijnskracht in je innerlijk toeneemt en geboren wordt. Het oriëntatiepunt verlegt zich door dit proces van buiten naar binnen. De steun en houvast die je voorheen in de buitenwereld zocht, kun je nu steeds meer vinden in je eigen ziel (je eigen binnenwereld). Je leert het te vertrouwen en te leven vanuit die nieuwe innerlijke bewustzijnskracht.

Fase 5 Het geestelijk zelf

Je leert een innerlijke balans te krijgen, tot rust te komen, afstand te nemen. Je leert te onderscheiden wat belangrijk is en wat niet. Meester worden in de eigen ziel (eigen innerlijk). Omdat je jezelf gevonden hebt, kun je je gewone zelf (je ego) loslaten en overstijgen. Met het toenemen van de krachten van je hogere zelf gaat er wat van je uit waar andere mensen iets aan hebben.

Fase 6 De nieuwe gemeenschappelijkheid

Betrokkenheid op anderen. Je kunt de ander zien zoals deze is, met al zijn of haar goede en zwakke kanten. Je stelt je niet beheersend en profilerend op, maar dienend naar de ander. Hoe dieper je jezelf vindt, hoe groter je interesse voor andere mensen. Mededogen zonder het voor de ander in te vullen.

Fase 7 De gedifferentieerde eenheid

Je ziet dat ieder mens en diens opdracht in het leven en in de wereld een wezenlijke schakel vormt in het leven van de mensheid als geheel. Bewustzijn, helderheid, vrijheid en morele krachten als waarachtigheid, integriteit, gerechtigheid en dergelijke, zullen werkzaam zijn, maar vooral werkelijke onzelfzuchtige liefde. En omdat de geest, hoe verscheiden van kleur ook in ieder individu, toch in allen één is, zullen zij zich als een – veelkleurige - eenheid ervaren.

In meerdere fasen tegelijkertijd

Als je op je ontwikkeling terugblikt, zie je dat je de verschillende stappen niet een voor een doorloopt. De praktijk van het leven wijst uit dat in een bepaalde periode één fase weliswaar de hoofdtoon voert, maar dat je tegelijkertijd ook nog in de voorgaande fase(n) leeft. Het kan bijvoorbeeld zijn, dat merkt hoe moeilijk je met autoritaire mensen kunt omgaan en hoe reactief je in contacten met zulke mensen bent. Onze menselijke ontwikkeling is duidelijk geen lineair, maar cyclische proces. Je keert daarom regelmatig terug naar nog onontwikkelde kanten van jezelf in een eerdere fase. Dan leer je bijvoorbeeld alsnog in plaats van reactief, pro-actief om te gaan met een autoritair persoon.

Waar ontwikkeling niet verder kan gaan, maar teruggedrukt wordt, ontstaat diepe angst voor zelfverlies. Dergelijke angst kan haat op roepen jegens degene(n) die dit lijden veroorzaken. Je kunt je in fase 3 bewijzen door je in positieve zin aan de wereld te presenteren, maar je kunt dat ook op een negatieve wijze doen, bijvoobeeld door (zinloos) geweld.

Mannen en vrouwen gaan verschillend door de zeven fasen

Er zijn centrifugale (vrouwelijk) en centripetale (mannelijk) krachten.

Psyche vrouw - Hier heeft de centrifugale kracht de overhand (verbindend, ontvankelijk, warm, kwetsbaar, meegaand gevoel, emotioneel, intuïtief, associatief, communicatief, open). Deze kracht beweegt zich van het middelpunt af naar de omgeving, d.w.z. zij beweegt zich van nature van zichzelf af en zoekt de aansluiting bij de mensen om haar heen en het grote geheel, waardoor zij zichzelf gemakkelijk verliest.

Psyche man - Hier heeft de centripetale kracht de overhand (analytisch, logisch denken, afstandelijk, verstandig, koel, strijdlustig, competitie, assertief, efficiënt, doelgericht, resultaatgericht, besluitvaardig, gericht op zichzelf en de zaak. Tunnelperspectief). De man heeft de neiging zich naar binnen te keren en dus weg te trekken van het grote geheel, de omgeving en andere mensen. De centripetale kracht houdt hem bijeen, bij zichzelf en met zijn wil concentreert hij gemakkelijker zijn denken. Daardoor verliest hij zichzelf niet zo gauw.

In de praktijk hebben we meestal een mengvorm. In het algemeen kun je zeggen dat naarmate mannen en vrouwen zich in de loop van hun leven persoonlijk ontwikkelen en zich bewust worden van de in henzelf verborgen eigenschappen van de andere sekse, zij deze alsnog in zich ontplooien.

Daardoor worden zij een 'heler' mens.

Bron: Spirituele ontwikkeling van mens en organisatie in zeven fasen door Margarete van den Brink, Ankh-Hermes, 2002.

 

naar boven